Deelbare profielen maken

Van toepassing op:

  • Revu 21

Met een Revu-profiel kunt u eenvoudig uw favoriete weergave-instellingen, werksets in de Tool Chest, aangepaste statussen en aangepaste kolommen aanpassen en openen. Een profiel bevat niet de informatie die is opgeslagen in het bestand UserPreferences.xml, stempels of sjablonen. Als u nog niet bekend bent met profielen in Revu, zie Werken met profielen.

Hoewel gebruikers van Bluebeam Basics aangepaste kolommen kunnen maken, kunnen alleen gebruikers met een Core-, Complete- of Max-abonnement aangepaste kolommen met formules en aangepaste statussen maken.

Voordat u een nieuw profiel maakt

Als u een nieuw profiel wilt maken voor de nieuwste versie van Revu, gebruikt u dezelfde versie als het profiel. Als u bijvoorbeeld een profiel voor Revu 21 wilt maken, moet u dat profiel maken in Revu 21 en ervoor zorgen dat alle updates actueel zijn. Ga naar ons Downloadcentrum om de nieuwste versie van Revu te downloaden.

Een Revu-abonnement is vereist om u aan te melden bij Revu 21. Als u geen Bluebeam-abonnement hebt, kunt u zich aanmelden voor een proefversie.

Ga naar het downloadarchief om een eerdere versie van Revu te installeren.

U kunt het beste de standaardinstellingen van Revu terugzetten om te zorger dat er geen andere profielinstellingen worden overgedragen naar uw nieuwe profiel (waardoor compatibiliteitsproblemen kunnen ontstaan als er wordt gemigreerd tussen meerdere versies van Revu).

Om Revu terug te zetten naar de standaardinstellingen, gaat u naar Revu > Voorkeuren > Beheer> Opnieuw instellen. Zie Back-ups van uw Revu-instellingen, werksets en profielen maken en herstellen voor stapsgewijze instructies bij dit proces.

Hier zijn enkele aanbevolen procedures voor het maken van een nieuw profiel:

  • Werk aan één profiel tegelijk: wanneer u een nieuw profiel maakt, is het belangrijk om de omgeving zo georganiseerd mogelijk te houden. Als u een ander profiel importeert terwijl u aan een nieuw profiel werkt, kunnen er problemen ontstaan. Hieronder worden enkele van deze problemen beschreven.
  • Sla uw werk op: Om uw huidige werk op te slaan, gaat u naar Revu > Profielen > Profiel opslaan. Wijzigingen in een profiel worden niet automatisch opgeslagen. Het is een goed idee om uw profiel regelmatig op te slaan en te exporteren op datum, zodat u uw werk kunt bijhouden en eventuele eerdere versies kunt terugzetten.

Profielen aanmaken en valideren

Geef uw profiel en gereedschapskisten een naam

Het is belangrijk om uw profielen en Tool Chests unieke namen te geven om verwarring met eerdere revisies in Revu te voorkomen.

Geef uw profiel een naam die de huidige versie van dat profiel aangeeft. Gebruik het huidige jaar of een oplopende versie-indicator (bijvoorbeeld versie-1.0, versie-2.0) zodat u uw profielen kunt bijhouden. Dat bespaart u tijd en moeite als u een nieuwe versie van dat profiel voor toekomstige releases van Revu wilt aanmaken.

De bestandsnaam van het profiel gewoon een andere naam geven in Verkenner verandert de profielnaam in Revu niet.

Wij adviseren u om uw Tool Chests en werksets een unieke naam te geven, gebaseerd op de versie van het profiel dat u aanmaakt. Als een nieuwe versie van een profiel wordt gedistribueerd naar een gebruiker met een ouder exemplaar van dat profiel, en de namen van de werkset en Tool Chest zijn niet gewijzigd, wordt de gebruiker gevraagd om zijn/haar huidige werksets te overschrijven met de versies in het nieuwe profiel. Dit kan problematisch zijn omdat de gebruiker, ongeacht of hij/zij de huidige werksets overschrijft of niet, niet kan bepalen welke versie van de werksets hij/zij gebruikt bij het oplossen van problemen.

Tool Chest

Houd er bij het maken van Tool Chests rekening mee dat alle beeldelementen hun oorspronkelijke bestandsgrootte behouden. Hierdoor neemt de totale bestandsgrootte van de Tool Chest toe. Wij adviseren om vectorinhoud te gebruiken bij het maken van symbolen en gereedschappen in de Tool Chest. Gevectoriseerde content heeft minder ruimte nodig en is van hogere kwaliteit, waardoor de content geschaald kan worden zonder dat de Beeldkwaliteit achteruitgaat.

Aangepaste kolommen

Ga naar Lijst met markeringen > Kolommen > Kolommen beherenom Aangepaste kolom op te slaan.

U kunt ook het menu Kolommen beheren gebruiken om aangepaste kolommen in XML-indeling te importeren en exporteren. Vergeet niet om unieke namen en waarden te gebruiken bij het importeren van aangepaste kolommen.

Om mogelijke dubbele kolommen te voorkomen, bewerkt u de XML die u in Revu wilt importeren en laat u eventuele aangepaste kolommen weg die al aanwezig zijn in Revu of in andere XML-bestanden van aangepaste kolommen.

Zie Kolommen beheren en aanmaken in de lijst met markeringen voor meer informatie over aangepaste kolommen.

Hoe het profiel te exporteren

Er wordt een Revu-profiel (.bpx) in XML-formaat opgeslagen,dat in een normale tekstverwerker geopend kan worden. Het openen van de XML-gegevens is handig als u een profiel direct wilt vergelijken, valideren of zelfs bewerken.

Zoals hierboven vermeld kunt u ook een unieke Profielnaam aanmaken door de XML-gegevens te openen en de naam van het profiel te bewerken die is opgeslagen onder de tag 'Name':

<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<RevuProfile Version="1" Name="Revu Advanced">
<Record Key="Bookmarks">
<TemplatePercent>0.25</TemplatePercent>
<TemplateCollapsed>False</TemplateCollapsed>
</Record>

Wanneer u klaar bent om uw profiel te exporteren, selecteert u Exporteren... in het dialoogvenster Profielen beheren. Vergeet niet om Inclusief afhankelijkheden te Selecteren als u Tool Chests/Sets wilt koppelen die u voor uw profiel hebt gemaakt.

Exporteer een ZIP-bestand en bewaar dit als bron voor uw profiel. Nadat u het profiel hebt geëxporteerd, valideert u het profiel en kiest u een methode voor de distributie ervan.

Hoe u uw profiel kunt valideren

Valideer uw profiel voordat u het verspreidt. Volg de onderstaande stappen om ervoor te zorgen dat uw profiel naar behoren functioneert:

  1. Zet Revu terug naar de standaardinstellingen.
  2. Importeer het nieuwe profiel in Revu.
  3. Maak een nieuwe pdf aan in Revu.
  4. Plaats markeringen op de PDF en test uw statussen en/of kolommen.
  5. Open een werkende PDF om de Batch Link -functie te testen.
  6. Upload een overzichtelijke PDF met aangepaste statussen die op een Studio-sessie zijn toegepast. Controleer of alleen de door u gewenste statussen in het document zijn toegepast.
  7. Maak een nieuw PDF-bestand en test elk gereedschap in uw Tool Chest om er zeker van te zijn dat het goed werkt.

Na het valideren van uw profiel kunt u uw profiel verspreiden.

Hoe een profiel te distribueren via lokale opslag

De standaardmethode voor het verspreiden van een profiel is via de lokale opslag van een gebruiker. Het Revu-profiel wordt verzonden in .bpx-formaat. formaat, dat automatisch in Revu wordt geïmporteerd wanneer het wordt geopend. Het profiel wordt gekopieerd naar de AppData-map van de gebruiker (AppData\Roaming\Bluebeam Software\Revu\versienummer), waar de profielhulpmiddelen worden uitgepakt en opgeslagen. Revu opent vervolgens deze map bij het opstarten om eventuele profielen en Tool Chests te laden die op deze locatie zijn opgeslagen.

Hoe een profiel te distribueren via netwerkopslag

Profielen kunnen ook worden geladen vanuit een netwerklocatie.

Houd er rekening mee dat gedeelde profielen alleen-lezen zijn. Eventuele veranderingen die door een gebruiker zijn doorgevoerd (zoals werkbalken in- of uitschakelen) gaan verloren wanneer Revu wordt gesloten.

Zie Gedeelde profielen gebruiken op een netwerklocatie voor meer informatie.

How-to

Revu 21

Revu 20

Bezig met afdrukken

Dit artikel is bedoeld voor Bluebeam-resellers om achtergrondinformatie te verschaffen over het aanmaken van profielen en tips te geven om compatibiliteitsproblemen te voorkomen bij het overdragen van een profiel naar een andere Revu-versie. Met een Revu-profiel kunt u eenvoudig uw favoriete display-instellingen, werksets in de Tool Chest, aangepaste statussen en aangepaste kolommen aanmaken en gebruiken.